
varen
to sail
Forms you will meet
- gevaren
- langs varen
- langsvaren
- vaar
- vaart
- varen
- varend
- varende
- voer
- voeren
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- voer
- Past participle (perfectum)
- gevaren
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Het vaart in de vaargeul, maar die is niet diep genoeg.”From this article →
- “Ze varen door naar Tiel en vervolgens richting Amsterdam”From this article →
- “Morgen varen schepen op de IJssel maar één kant door laag water”From this article →
Save this word and practice it later.