uitwerken

to work out, worked out, to develop

Forms you will meet

  • uit te werken
  • uitgewerkt
  • uitwerken
  • uitwerkt
  • werken uit
  • werkt uit

Meaning

  • to work out
  • worked out
  • to develop

Past tenses

Simple past (imperfectum)
werkte uit
Past participle (perfectum)
uitgewerkt
Auxiliary
hebben

In a real sentence

Save this word and practice it later.

Look up another word