uitwaaien

to get some fresh air

Past tenses

Simple past (imperfectum)
waaide uit
Past participle (perfectum)
uitgewaaid
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Mijn opa die dacht op 6 juni 1944: is vandaag geen mooie dag om even lekker uit te waaien op het strand van Normandië.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word