uitvallen

to drop out, to fail, to stop functioning, to stop working, to turn out

Forms you will meet

  • uitgevallen
  • uitvallen
  • uitvalt
  • uitviel
  • vallen uit
  • valt uit
  • viel uit
  • vielen uit

Meaning

  • to drop out
  • to fail
  • to stop functioning
  • to stop working
  • to turn out

Past tenses

Simple past (imperfectum)
viel uit
Past participle (perfectum)
uitgevallen
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Hij viel uit tijdens de laatste training in Zeist en liep na 7 minuten het veld af.”From this article →
  • “Na de booster separatie startten drie Raptor motoren op Ship, waarna één uitviel.”From this article →
  • “Na het afstoten van de booster liepen drie Raptor-motoren, maar één viel uit.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word