uitstrooien
to scatter
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- strooide uit
- Past participle (perfectum)
- uitgestrooid
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “In Tel Aviv werden vanmorgen minstens 15 gewonden geteld, merendeels licht, nadat een ballistische raket een clusterbom uitstrooide over meerdere straten.”From this article →
Save this word and practise it later.