
uitstellen
to postpone, deferred
Also used as: adjective
Forms you will meet
- stel je beter uit
- stelde uit
- stelt aankopen uit
- stelt uit
- uitgesteld
- uitstellen
Meaning
- to postpone
- deferred
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- stelde uit
- Past participle (perfectum)
- uitgesteld
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Deze week werd bekend dat ze de plannen willen aanpassen Sommige nieuwe regels willen ze bijvoorbeeld uitstellen.”From this video →
- “Er worden bezuinigingen op de sociale zekerheid geschrapt of uitgesteld”From this video →
- “Maar steeds werden de plannen uitgesteld.”From this video →
Save this word and practice it later.