uitspreken
to pronounce, to express
Forms you will meet
- sprak steun uit
- spraken uit
- spreekt steun uit
- spreekt uit
- spreekt zorg uit
- spreken uit
- uitgesproken
- uitspreken
- zich uit te spreken
Meaning
- to pronounce
- to express
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- sprak uit
- Past participle (perfectum)
- uitgesproken
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Later vandaag spreekt hij de Urbi et Orbi zegen uit, waarvoor tienduizenden worden verwacht.”From this article →
- “Ook de Finse president Alexander Stubb sprak steun uit op X: alleen Groenland en Denemarken beslissen.”From this article →
- “Na 25 jaar onderhandelen spreken de 27 EU-landen steun uit voor het Mercosur-akkoord.”From this article →
Save this word and practise it later.