uitslapen
to sleep in
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- sliep uit
- Past participle (perfectum)
- uitgeslapen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Ik zou liever wel nog iets langer willen uitslapen, maar ik vind het ook wel wel leuk, want dan kunnen we weer naar school en daar kan ik mijn vriendinnen weer zien.”From this video →
Save this word and practise it later.