uitschelden
to insult, to shout at
Forms you will meet
- uitgescholden
- uitschelden
Meaning
- to insult
- to shout at
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- schold uit
- Past participle (perfectum)
- uitgescholden
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Als ze de scheidsrechter uitschelden of als ze heel erg boos doen tegen kinderen.”From this video →
- “Eh normaal dan loop ik over straat, word ik soms uitgescholden, maar hier word ik niet eens raar aangekeken.”From this video →
- “Ja, minder mensen die me uitschelden in ieder geval en minder dat je heel snel aangereden wordt.”From this video →
Save this word and practice it later.