uitrukken
to rush out, to set out, to respond, to dispatch
Forms you will meet
- rukken uit
- rukten uit
- uitgerukt
- uitrukken
- uitrukten
- was uitgerukt
Meaning
- to rush out
- to set out
- to respond
- to dispatch
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- rukte uit
- Past participle (perfectum)
- uitgerukt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Politie zet de omgeving af en hulpdiensten rukken massaal uit.”From this article →
- “Twee passagiers bereikten na 50 kilometer lopen een stad en sloegen alarm, waarna ploegen uit Agadez uitrukten en de slachtoffers in een massagraf begroeven.”From this article →
- “In Terneuzen was de brandweer uitgerukt omdat iemand te water zou zijn geraakt.”From this video →
Save this word and practice it later.