uitrukken
to rush out, to dispatch, to respond, to set out
Forms you will meet
- rukken uit
- rukten uit
- uitgerukt
- uitrukken
- uitrukten
- was uitgerukt
Meaning
- to rush out
- to dispatch
- to respond
- to set out
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- rukte uit
- Past participle (perfectum)
- uitgerukt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Hulpdiensten rukten massaal uit en schakelden meerdere traumahelikopters in.”From this article →
- “Meerdere ambulances rukten uit en het gebied bij station Ede Centrum werd tijdelijk afgezet.”From this article →
- “De politie was uitgerukt na een melding van een inbraak in een winkel.”From this article →
Save this word and practise it later.