uitmaken
to be part of, to matter, to put out
Forms you will meet
- maakt deel uit
- maakt uit
- maken uit
Meaning
- to be part of
- to matter
- to put out
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- maakte uit
- Past participle (perfectum)
- uitgemaakt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Het festival was alleen met ticket toegankelijk en maakt deel uit van WorldPride, voor het eerst in Nederland.”From this article →
- “"Maakt mij niks uit, ik ga er gewoon doorheen."”From this video →
- “De competitie maakt hem niet uit.”From this article →
Save this word and practice it later.