uitleven

to indulge oneself

Forms you will meet

  • kunnen uitleven
  • leef je uit
  • uitleven

Past tenses

Simple past (imperfectum)
leefde uit
Past participle (perfectum)
uitgeleefd
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • Ook voor de kleintjes is er genoeg te doen. Leef je uit met vingerverf op een oorlogsmonument.From this video

Save this word and practice it later.

Look up another word