uitlenen

to lend out, to lend

Forms you will meet

  • leende uit
  • leent uit
  • uit te lenen
  • uitlenen

Meaning

  • to lend out
  • to lend

Past tenses

Simple past (imperfectum)
leende uit
Past participle (perfectum)
uitgeleend
Auxiliary
hebben

In a real sentence

Save this word and practice it later.

Look up another word