uitkleden
to undress, to strip down
Forms you will meet
- uitgekleed
- uitkleden
Meaning
- to undress
- to strip down
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- kleedde uit
- Past participle (perfectum)
- uitgekleed
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Mensen kunnen foto’s van vrouwen en kinderen uitkleden met de bot.”From this article →
- “De Commissie vreest nepbeelden die vrouwen en kinderen uitkleden.”From this article →
- “X zegt dat de bot Grok mensen niet meer kan uitkleden.”From this article →
Save this word and practise it later.