uitjouwen
to boo
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- jouwde uit
- Past participle (perfectum)
- uitgejouwd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Trump zei in New York dat beide landen elkaar 'ongeveer een week' met rust laten. Hij sprak kort met de pers tijdens game 3 van Knicks–Spurs, waar hij werd uitgejouwd.”From this article →
Save this word and practise it later.