uitgroeien
to grow into
Forms you will meet
- groeiden uit
- uitgegroeid
- uitgroeien
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- groeide uit
- Past participle (perfectum)
- uitgegroeid
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De WMO waarschuwt dat de huidige El Niño in de komende maanden kan uitgroeien tot de krachtigste in veertig jaar.”From this article →
- “Volgens de WMO kan de huidige El Niño in de komende maanden uitgroeien tot de sterkste in 40 jaar.”From this article →
- “we dit kunnen laten uitgroeien tot later een eh een groot bedrijf.”From this video →
Save this word and practice it later.