uitgroeien
to grow into
Forms you will meet
- groeiden uit
- uitgegroeid
- uitgroeien
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- groeide uit
- Past participle (perfectum)
- uitgegroeid
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Na een Amerikaanse aanval is het rotsachtige Kharg uitgegroeid tot brandpunt in de oorlog rond Iran.”From this article →
- “Rond 2005 groeiden de 'Chuck Norris Facts' uit tot cultmemes;”From this article →
- “we dit kunnen laten uitgroeien tot later een eh een groot bedrijf.”From this video →
Save this word and practise it later.