uitgaan
to assume
Forms you will meet
- gaan uit van
- gaat uit van
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- ging uit
- Past participle (perfectum)
- uitgegaan
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De politie gaat uit van een eenzijdig ongeval bij wegwerkzaamheden.”From this article →
- “In hun auto werd een IS-vlag aangetroffen en onderzoekers gaan uit van trouw aan IS.”From this article →
Save this word and practice it later.