uiteenlopen
to differ, to vary
Forms you will meet
- liepen uiteen
- lopen uiteen
Meaning
- to differ
- to vary
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- liep uiteen
- Past participle (perfectum)
- uiteengelopen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Eerdere schattingen liepen uiteen van 400 tot ruim 1500.”From this article →
- “Sinds de aankondiging lopen de meningen uiteen.”From this article →
- “Ramingen lopen uiteen: Rabobank ziet energie als hoofdprikkel;”From this article →
Save this word and practise it later.