uitdoen

to take off, to turn off

Forms you will meet

  • doen uit
  • uitdoen

Meaning

  • to take off
  • to turn off

Past tenses

Simple past (imperfectum)
deed uit
Past participle (perfectum)
uitgedaan
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Bij de fabriek en een ziekenhuis kregen mensen een wasprocedure en moesten zij kleding uitdoen.”From this article →
  • “Studenten doen de lichten uit en verstoppen zich onder bureaus.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word