uitdelen
to hand out, to give out, to distribute
Forms you will meet
- deelde uit
- deelden water uit
- deelt uit
- delen uit
- uit te delen
- uitdelen
- uitgedeeld
Meaning
- to hand out
- to give out
- to distribute
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- deelde uit
- Past participle (perfectum)
- uitgedeeld
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “En daarom werken ze rechters tegen door dit soort straffen uit te delen.”From this video →
- “In het Congres deelde Trump veel medailles uit en eerde hij het heren ijshockeyteam.”From this article →
- “De hulpverleners deelden water uit, maakten de truck weer rijdend en lieten de mensen verder reizen.”From this article →
Save this word and practise it later.