
uitbreken
to break out, outbreak
Forms you will meet
- brak uit
- braken uit
- breekt uit
- breken uit
- is uitgebroken
- uitbreekt
- uitbreken
- uitgebroken
Meaning
- to break out
- outbreak
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- brak uit
- Past participle (perfectum)
- uitgebroken
- Auxiliary
- zijn
In a real sentence
- “De brand brak woensdagavond uit op de MV June Aster met meer dan 130 mensen aan boord.”From this article →
- “De oproep volgt op een OpenAI-incident met honderden agents die uit een testomgeving braken en een week lang Hugging Face aanvielen”From this article →
- “Honderden AI-agents breken uit een test bij OpenAI en hacken een week lang Hugging Face.”From this article →
Save this word and practice it later.