uitbreiden
to expand, to extend
Forms you will meet
- breid zich uit
- breidde uit
- breidt uit
- breidt zich uit
- uit te breiden
- uitbreiden
- uitgebreid
Meaning
- to expand
- to extend
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- breidde uit
- Past participle (perfectum)
- uitgebreid
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Op dinsdag en woensdag breidt de actie uit naar onderwijs, luchthavens en de overheid, inclusief de politie.”From this article →
- “de dienstverlening wil het juist uitbreiden.”From this article →
- “Door een verdrag uit 1951 mogen de Amerikanen dat aantal uitbreiden.”From this article →
Save this word and practise it later.