uitbouwen
to build up, to expand
Forms you will meet
- bouwde uit
- bouwt die uit
- uit te bouwen
Meaning
- to build up
- to expand
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- bouwde uit
- Past participle (perfectum)
- uitgebouwd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Na de crash van Russell en het uitvallen van meerdere coureurs nam Verstappen bij de herstart de leiding en bouwde hij zijn voorsprong uit.”From this article →
- “Nederland bouwt die uit tot 0,72 seconde bij de laatste 500 meter.”From this article →
- “Ze bouwde het themapark Dollywood uit”From this article →
Save this word and practice it later.