uitblijven
to fail to occur, to fail to happen, to not happen, to not arrive, to fail to materialize
Forms you will meet
- bleef uit
- blijft uit
- blijven uit
- uitblijft
- uitblijven
Meaning
- to fail to occur
- to fail to happen
- to not happen
- to not arrive
- to fail to materialize
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- bleef uit
- Past participle (perfectum)
- uitgebleven
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “hij vreest dat die de komende maanden uitblijft.”From this article →
- “CBS wijt het uitblijven van verbetering aan het beëindigen van steun in 2024.”From this article →
- “Lage waterstanden vergroten de kans op blauwalg en botulisme, en regen blijft uit.”From this article →
Save this word and practice it later.