triomferen
to triumph
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- triomfeerde
- Past participle (perfectum)
- getriomfeerd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Een maand eerder triomfeert De Groot op Roland Garros, waar zij Kamiji verslaat.”From this article →
- “In etappe 4 van de Tour de France Femmes triomfeert Marlen Reusser in de 21 kilometer tijdrit van Gevrey Chambertin naar Dijon”From this article →
Save this word and practise it later.