trainen
to train
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- trainde
- Past participle (perfectum)
- getraind
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Eritrea traint SAF-eenheden, terwijl Rusland beide kampen bevoorraadt voor een toekomstige marinebasis.”From this article →
Save this word and practise it later.