tegenkrijgen

to concede

Past tenses

Simple past (imperfectum)
kreeg tegen
Past participle (perfectum)
tegengekregen
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Tunesi heeft bij de voorbereidingswedstrijden van dit WK, de kwalificatiewedstrijden nul doelpunten tegengekregen als enige van de 48 landen die meedoen.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word