strooien

to spread

Past tenses

Simple past (imperfectum)
strooide
Past participle (perfectum)
gestrooid
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Op veel plekken zijn strooiwagens de hele nacht bezig geweest... met zout strooien.”From this video →
  • “Door zout te strooien probeerden ze de wegen minder glad te maken.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word