
strijden
to compete, to fight, to fight for
Forms you will meet
- gestreden
- streed
- strijd
- strijden
- strijdende
- strijdt
Meaning
- to compete
- to fight
- to fight for
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- streed
- Past participle (perfectum)
- gestreden
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Zondag strijden Evenepoel en Van der Poel in de wegwedstrijd, terwijl titelhouder Pogacar ontbreekt na zijn val in de Vuelta.”From this article →
- “Romania gaat er vroeg vandoor, Nederland strijdt om zilver en finisht uiteindelijk als vierde.”From this article →
- “De vrouwen in de acht strijden om plek twee.”From this article →
Save this word and practice it later.