storten
to crash, to crash down, to fall down / to collapse
Meaning
- to crash
- to crash down
- to fall down / to collapse
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- stortte
- Past participle (perfectum)
- gestort
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Bij de luchthaven van Louisville (Kentucky) stortte dinsdag een UPS-vrachtvliegtuig neer.”From this article →
- “Het toestel stort aan het einde van de startbaan neer in een gebouw.”From this article →
- “Aan het eind van de middag vond men hun lichamen in een van de liften die door het vuur naar beneden stortte.”From this article →
Save this word and practise it later.