staken
to strike, to cease, to stop, to suspend
Forms you will meet
- gestaakt
- staak
- staakt
- staakt het vuren
- staakte
- staakten
- staken
- staking
- te staken
Meaning
- to strike
- to cease
- to stop
- to suspend
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- staakte
- Past participle (perfectum)
- gestaakt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Vandaag staken veel mensen die voor de overheid werken.”From this video →
- “Dat komt door een staking van treinpersoneel zoals machinisten en conducteurs.”From this video →
- “Beveiligers en bagagemedewerkers staken.”From this article →
Save this word and practise it later.