spreiden
to spread
Forms you will meet
- spreiden
- spreidt
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- spreidde
- Past participle (perfectum)
- gespreid
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Iets eerder of later vertrekken spreidt de piekdrukte en vergroot de kans op een zitplaats.”From this article →
- “Doel: de drukte op dinsdag- en donderdagochtend spreiden, zodat meer mensen kunnen zitten”From this article →
- “Door de giraffen te spreiden en dus naar andere plekken te [muziek] brengen kunnen ze beter worden beschermd.”From this video →
Save this word and practice it later.