sneuvelen

to be eliminated, to be broken, to shatter, to be killed, to fail

Also used as: adjective

Forms you will meet

  • gesneuveld
  • gesneuvelde
  • sneuvelde
  • sneuvelen
  • sneuvelt

Meaning

  • to be eliminated
  • to be broken
  • to shatter
  • to be killed
  • to fail

Past tenses

Simple past (imperfectum)
sneuvelde
Past participle (perfectum)
gesneuveld
Auxiliary
zijn

In a real sentence

  • “Botic van de Zandschulp sneuvelde in de kwartfinale van de US Open tegen nummer twee Alexander Zverev 2 6 5 7 1 6 in New York”From this article →
  • “Laros, die al outdoorrecords op de 1.000 en 1.500 meter en de mijl heeft, stelde dat het Nederlandse record zal sneuvelen, al durfde hij geen moment te noemen.”From this article →
  • “Niemand raakte gewond, maar er was schade: glas boven de voordeur sneuvelde en de brievenbus werd uit de deur geblazen.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word