snellen

to speed, to sprint

Meaning

  • to speed
  • to sprint

Past tenses

Simple past (imperfectum)
snelde
Past participle (perfectum)
gesneld
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “De 24-jarige debutant van Decathlon CMA CGM kwam uit het wiel van Max Kanter en snelde naar de dagzege”From this article →
  • “Op de 400 meter snelde Jonas Phijffers naar 44,84 en de zege.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word