het sleutelbeen
collarbone
de or het?
hetIn a real sentence
- “Hij heeft vijf gebroken ribben, een gebroken sleutelbeen, een gebroken hand en een gebroken vinger.”From this article →
- “Hij liep een gebroken sleutelbeen en een nekwervel op.”From this article →
- “Hij viel zwaar in de Vuelta tijdens de achtste etappe en brak zijn sleutelbeen en een nekwervel.”From this article →
Save this word and practice it later.