slaan
to hit
Forms you will meet
- slaan
- sloegen
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- sloeg
- Past participle (perfectum)
- geslagen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Verderop sloegen en schopten ze hem en staken hem in de buik”From this article →
- “Na het feest slaan meerdere jongens een man.”From this article →
- “Na afloop sloegen meerdere jongens een man, die zwaargewond raakte.”From this article →
Save this word and practise it later.