schoonmaken
to clean, to clean up
Forms you will meet
- maken schoon
- schoongemaakt
- schoonmaakt
- schoonmaken
Meaning
- to clean
- to clean up
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- maakte schoon
- Past participle (perfectum)
- schoongemaakt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Ik ga deze hoefijzers eventjes schoonmaken”From this video →
- “Medewerkers maken de banen en plaatsen bij de vliegtuigen schoon.”From this article →
- “Het lek begint bij het schoonmaken van een opslagtank.”From this article →
Save this word and practise it later.