schoonmaken
to clean, to clean up
Forms you will meet
- maak schoon
- maakt schoon
- maken schoon
- schoon te maken
- schoongemaakt
- schoonmaakt
- schoonmaken
Meaning
- to clean
- to clean up
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- maakte schoon
- Past participle (perfectum)
- schoongemaakt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Daarom gaan er teams naartoe als er iemand ziek is geworden om alles zo goed mogelijk schoon te maken.”From this video →
- “De opvang maakt extra schoon en sluit eten af.”From this article →
- “Anderen zitten vol met modder en worden nu schoongemaakt.”From this video →
Save this word and practice it later.