de scholier
pupil
de or het?
deIn a real sentence
- “Scholieren klagen over Magister-update, onoverzichtelijke roosterweergave leidt tot te laat komen”From this article →
- “Op het Haarlem College herkennen scholieren de problemen.”From this article →
- “Volgens de autoriteiten kwamen zeker 63 scholieren om”From this article →
Save this word and practice it later.