scheppen

to scoop

Past tenses

Simple past (imperfectum)
schiep
Past participle (perfectum)
geschapen
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Wij zijn nu de eh koekbolletjes aan het scheppen.”From this video →
  • “In dit geval scheppen we water en gooien wij het water op de plek waar de brandweer het wil.”From this video →
  • “Beelden laten zien hoe mensen water uit hun tent scheppen met pannen en emmers.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word