scharen
to be counted among, to side with
Forms you will meet
- schaart
- scharen
Meaning
- to be counted among
- to side with
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- schaarde
- Past participle (perfectum)
- geschaard
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De 21-jarige Nederlander won de 800 meter op de FBK Games in Hengelo in 1.43,83, waarmee hij zich achter Bram Som en Rob Druppers als derde Nederlander schaart.”From this article →
- “Hij vroeg de veiligheidstroepen zich achter de bevolking te scharen en meldde dat sommige agenten hun wapens neerlegden.”From this article →
Save this word and practice it later.