schaatsen
to skate, speed skating
Also used as: noun
Meaning
- to skate
- speed skating
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- schaatste
- Past participle (perfectum)
- geschaatst
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Meer jonge mensen kijken naar schaatsen.”From this article →
- “Met 5,5 miljoen Instagramvolgers en miljoenen op TikTok vergroot ze de zichtbaarheid van schaatsen”From this article →
- “Sommigen zagen schaatsen voor het eerst en willen nu ook het ijs op.”From this article →
Save this word and practise it later.