samenkomen
to gather, to meet, to come together
Forms you will meet
- komen samen
- komt samen
- kwamen samen
- samenkomen
Meaning
- to gather
- to meet
- to come together
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- kwam samen
- Past participle (perfectum)
- samengekomen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Bij de plek van het incident kwamen mensen samen voor een wake.”From this article →
- “De regering beperkt bellen en internet, zodat mensen niet online samenkomen.”From this article →
- “Donderdag komen NAVO-ministers in Brussel samen.”From this article →
Save this word and practise it later.