ruilen
to exchange
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- ruilde
- Past participle (perfectum)
- geruild
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Hij wil alle Russische gevangenen ruilen voor alle Oekraïense gevangenen.”From this article →
- “Ze ruilen ook gevangenen.”From this article →
- “De landen ruilen 314 gevangenen.”From this article →
Save this word and practice it later.