roeien
to row, rowing
Also used as: noun
Forms you will meet
- geroeid
- roeien
- roeit
Meaning
- to row
- rowing
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- roeide
- Past participle (perfectum)
- geroeid
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “En toch zijn er maar weinig kinderen die op roeien gaan”From this video →
- “De Nederlandse vrouwen winnen goud in de dubbelvier bij het WK roeien in Amsterdam.”From this article →
- “Het duo roeit pas sinds dit jaar samen en won eerder een wereldbeker in Sevilla.”From this article →
Save this word and practice it later.