roddelen

to gossip

Past tenses

Simple past (imperfectum)
roddelde
Past participle (perfectum)
geroddeld
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Schelden, roddelen, nepfoto's en stickers sturen, uitlachen of anderen buitenluiten of blokkeren.”From this video →
  • “Gelden, roddelen, nepfoto's en stickers versturen, uitlachen of anderen buiten sluiten of blokkeren.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word