rijden
to ride, to drive, to operate
Forms you will meet
- rijden
- rijdt
Meaning
- to ride
- to drive
- to operate
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- reed
- Past participle (perfectum)
- gereden
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De Amerikaan is 28 jaar en rijdt alleen naar de finish.”From this article →
- “De bus rijdt door de vangrail en slaat om.”From this article →
- “Tussen Boxmeer en Venray rijden geen treinen.”From this article →
Save this word and practice it later.