resteren
to remain
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- resteerde
- Past participle (perfectum)
- geresteerd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Hij stelt dat Iran nog weinig vliegtuigen en schepen heeft, dat de meeste raketten uitgeschakeld zijn en dat 25% van de drones resteert.”From this article →
- “dat nog circa 25% van de dronecapaciteit resteert”From this article →
Save this word and practise it later.