
razen
to rush, to rage
Meaning
- to rush
- to rage
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- raasde
- Past participle (perfectum)
- geraasd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “En die vloedgolf raast door dit gebied waar tienduizenden nepalazen langs de oevers van de rivier leven.”From this video →
- “Bij Reno in Nevada raast een natuurbrand.”From this article →
Save this word and practise it later.