protesteren
to protest
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- protesteerde
- Past participle (perfectum)
- geprotesteerd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “In de Filipijnen protesteren meer dan 500.000 mensen in Manilla.”From this article →
- “De bonden protesteren tegen hervormingsplannen van premier Bart de Wever over zorg en pensioenen.”From this article →
- “In september protesteren honderden mensen in Holwert.”From this article →
Save this word and practise it later.