prikken
to poke, to bite, to vaccinate, to give an injection, to get a shot
Forms you will meet
- geprikt
- prikken
- prikt
- prikte
Meaning
- to poke
- to bite
- to vaccinate
- to give an injection
- to get a shot
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- prikte
- Past participle (perfectum)
- geprikt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Pepi prikte na 5 minuten de 0-1, na een kopbal van Perisic op Van Bommel.”From this article →
- “Een huissteekmug krijgt het via bloed van een zieke vogel en prikt mensen.”From this article →
- “daarom blijft prikken voor die groep zinvol.”From this article →
Save this word and practice it later.